|
| Kleine gids voor de tongewelfschilderingen |
|
In
de 15de eeuw nam in het
graafschap Holland de welvaart
toe. Dat gaf de steden de
mogelijkheid hun kleine kerkjes
te vergroten naar het voorbeeld
van de Franse kathedralen. De
nieuwe basilieken hadden echter
houten tongewelven. In
Noord-Holland werden deze soms
beschilderd met bijbeltaferelen.
Het meeste hiervan is nu
verdwenen of in slechte staat,
maar het Naardense gewelf is
vrijwel geheel bewaard gebleven
en prachtig gerestaureerd (1965
- 1978). Dat maakt het tot een
zeldzaam cultuurmonument van
Europese klasse. Een
bezichtiging is een
onderdompeling in de
middeleeuwse gedachtenwereld. |
| Attentie: Door op het kleine plaatje te klikken, kunt u een veel grotere afbeelding bekijken! |
| 1. Gebed om redding uit de nood |
|
A. Christus bidt in de hof van Gethsemane. Een engel houdt hem een miskelk voor, het symbool van de verlossing. Op de voorgrond slapen de drie discipelen Petrus, Jacobus en Johannes. Deze drie vergezellen Christus bij alle belangrijke gebeurtenissen in zijn leven. De traditie heeft hen vaste trekken gegeven: Petrus: kalend, grijs haar, korte baard. Johannes: de Evangelist is jong, blond, heeft geen baard en draagt een rode mantel. Allen zijn blootsvoets. Dat is het kenmerk van alle discipelen. Op de achtergrond leidt Judas de soldaten van de hogepriester de tuin al in. Judas, de penningmeester van de discipelen, draagt de beurs met dertig zilverlingen. | |
|
B. Mozes bidt op
de berg om de overwinning op
de Amalekieten (Ex.17:8 e.v.).
Mozes is herkenbaar aan de horens
op zijn voorhoofd. |
| 2. Het verraad |
| 3. Geseling |
|
A. De geseling van Christus
wordt in de evangeliën haast
terloops verteld. In de beeldende
kunst is deze scène echter
talloze malen geschilderd. De vier
kleinere figuren op de voorgrond
zijn de sponsors van deze
schildering. |
|
|
B. De geseling van de
Makkabeeën (2 Makk.7).
Voorafbeeldingen werden ook
gevonden in de apocriefe
bijbelboeken. |
|
4. Bespotting |
|
A. De
soldaten hebben Jezus naar de
binnenplaats van Pilatus
paleis gebracht om hem te
bespotten. Zij trekken hem een
rode (NB!) mantel aan, zetten hem
de
doornenkroon op, geven hem
een rieten scepter. Zij knielen en
honen: Gegroet, Koning der Joden. De symbolen en
afbeeldingen in de rand verwijzen
naar de sponsor, het
schuttersgilde van Sint Joris.
|
|
|
B. Elisa wordt door de
jongetjes van Bethel bespot:
'Kaalkop, ga op!'. Elisa vervloekte hen. Twee beren
kwamen uit het bos en vraten
tweeënveertig kinderen op (2
Kon.2:23-24). |
|
5. Kruisdraging |
|
A. De traditie
wil dat Christus zelf zijn kruis
draagt, hoewel drie evangeliën
vermelden dat het kruis gedragen
wordt door Simon van Cyrene. Aan
een touw aan zijn gordel sleept
Christus een houten blok met 24
spijkers mee, waardoor zijn lijden
nog vergroot wordt. Sponsor
van dit paneel is Karel V. In de
rand staan zijn grafelijk wapen,
zijn devies 'Plus
outre'.Verder
jachttaferelen (legende van
St-Hubertus, St-Hubertus als
bisschop, St-Bavo met valk).
|
|
|
B. In de
episode van het offer is Izaak het
symbool van de gehoorzaamheid. Dit
paneel is rijk aan
voorafbeeldingen van de
Kruisdraging: Net als Jezus droeg
Izaak zelf het hout voor het
brandoffer. Het paneel bevat alle
opvolgende elementen van het
verhaal: de knechts die bij de
ezel bleven, het gesprek tussen
Abraham en Izaak, de ram in de
doornstruik. Het moment van het
offer is een voorafbeelding van de
Kruisiging (Genesis 22). Sponsors zijn
de schutters van St.-Sebastiaan,
wiens martelaarschap in de rand
staat. |
| 6. Kruisiging |
|
A. Sinds de 12de eeuw wordt
steeds een gestorven Christus
afgebeeld: zijn ogen gesloten, de
voeten met één spijker
vastgenageld, het lichaam daardoor
geknikt in de heup. Dit is het
realisme van de gotiek. Alleen
aanwezig zijn Maria, Johannes en
Maria Magdalena. Maria als het
symbool van de kerk staat altijd
aan de rechterhand van Christus.
Een engel vangt in een miskelk
water en bloed op dat uit de
zijdewond vloeit. Die zijn het
beeld van de Eucharistie en het
Doopsel.
|
|
|
B. Mozes heeft de koperen
slang opgericht om zijn volk te
redden van de dood door beten van
giftige slangen (Num.21:4-9).
Jezus zelf verwijst naar deze
tekst, wanneer hij zijn komende
kruisiging aankondigt (Joh.3:14). |
| 7. Graflegging |
|
A. Jozef van Arimathea houdt
de lijkwade van Christus aan het
hoofdeinde vast, Nikodemus het
voeteneind en leggen het lichaam
in een simpele sarcofaag vóór
het in de rotsen uitgehouwen
graf.. Maria en Johannes kijken
toe, evenals Maria Magdalena, die
herkenbaar is aan haar attribuut
de zalfpot. De twee andere
personen, in rijke kleding, zijn
wellicht de sponsors (naar Dürer,
Kleine Passie).
|
|
|
B. Jona opgeslokt door een
vis (Jona 2:1-11) is een zeer oude
voorafbeelding van de Graflegging.
De matrozen gooien hem naakt
overboord, d.w.z. hij gaat naar de
hel. De wijdopen muil met tanden
van het monster zijn een normaal
middeleeuws beeld voor de poort
van de hel. De symbolen samen
roepen Christus Nederdaling ter
Helle op. |
|
8. Opstanding |
|
A. Dit is de kern van het
christelijk geloof. Het moment van
de Opstanding zelf komt in de
evangeliën niet voor. Het feit
dat de drie heilige vrouwen op
Paasmorgen het graf leeg
aantreffen is het enige bewijs. De
Christus die daadwerkelijk uit het
graf verrijst is een uitvinding
van het middeleeuwse religieuze
toneel. De beeldende kunst heeft
zich dadelijk meester gemaakt van
deze stoutmoedige innovatie. Als
overwinnaar staat de verrezen
Christus voor het gesloten graf en
heft de rechterhand in een
zegenend gebaar. De Romeinse
soldaten slapen nog, of kijken
verbijsterd toe. De heilige
vrouwen zijn naar de achtergrond
verdrongen.
|
|
|
B. Simson die opgesloten was in de stad Gaza, waar hij bij een hoer sliep, werd om middernacht wakker, tilde de deuren van de stadspoorten uit hun hengsels en liep ermee weg (Rich.16:1-3). Gaza met de gesloten poortdeuren symboliseert het gesloten graf. |
| 9. Hemelvaart |
|
A. Twaalf apostelen (d.w.z. één teveel) en Maria knielen rond de Olijfberg. Zij staren Christus na die door een wolk aan het oog onttrokken wordt. Alleen zijn voeten en een slip van zijn rode mantel zijn nog te zien (Hand.1). Op de top van de berg staan nog zijn voetafdrukken (Naar Dürer, Kleine Passie).
|
|
|
B. Aan het eind van zijn
leven voer Elia ten hemel (2
Kon.2:11). Tijdens een onweer werd
hij meegenomen in een vurige
wagen. Op het laatst wierp hij
zijn mantel naar zijn volgeling
Elisa en droeg daarmee zijn
geestkracht op hem over. |
| 10. Uitstorting van de Heilige Geest |
|
A. Op het Pinksterfeest zijn
de apostelen bijeen. Boven hen
zweeft de duif die de Heilige
Geest symboliseert. Zij worden
vervuld van de Heilige Geest,
vurige tongen zetten zich als
vlammen op ieders hoofd. (Hand.2).
(Naar Dürer, Kleine Passie).
|
|
|
B. Op de Sinaï ontvangt
Mozes de tafelen der Wet (Exodus
34). Hoewel dit in strijd is met
het Tweede Gebod, heeft de
schilder God in persoon afgebeeld,
als een grijsaard die zich
welwillend uit de wolken naar
Mozes over buigt. Op de voorgrond
bidt Aäron omgeven door het volk. |
| 11.A Hemel en 11.B Hel |
|
A. Via een poort komen de
zielen de tempelhof binnen. Zij
worden ontvangen door Petrus. Op
de voorgrond staat Maria Magdalena,
te herkennen aan haar elegante
rode gewaad en vooral aan de
zalfpot in haar hand. Zij is de
populaire patroonheilige van de
Provence, waar ook de legende is
ontstaan over haar hemelvaart.
|
|
|
B. In de Middeleeuwen werd
de hel voorgesteld door een grote
vurige muil, in de Renaissance
door bouwsels. De folteringen zijn
aangepast aan de aard der zonden:
afgunstigen zijn ondergedompeld in
een ijskoude rivier,
vraatzuchtigen worden gedwongen
oneetbaar voedsel op te eten,
wellustigen worden door duivels
bij de genitaliën gepakt. De
ongelovigen zullen eeuwig branden. |
| 12. Laatste oordeel |
|
Christus
zittend op de regenboog, zijn
voeten steunend op de wereldbol,
is het middelpunt van de
koorsluiting. Zijn rode mantel
laat zijn wonden onbedekt. De
lelietak verbeeldt de zuiverheid,
het
zwaard het oordeel. Maria
en Johannes de Doper pleiten voor
het behoud van de zielen der
zondaars die uit hun graven
verrijzen. De aartsengel
St-Michael weegt de zielen (12.A).
De duivel, vermomd als monster,
ligt verslagen op de grond, maar
probeert toch nog de schaal in
zijn voordeel te doen doorslaan.
|
|
|
|
|