HOOFDPAGINA


Kleine gids voor de tongewelfschilderingen
 

In de 15de eeuw nam in het graafschap Holland de welvaart toe. Dat gaf de steden de mogelijkheid hun kleine kerkjes te vergroten naar het voorbeeld van de Franse kathedralen. De nieuwe basilieken hadden echter houten tongewelven. In Noord-Holland werden deze soms beschilderd met bijbeltaferelen. Het meeste hiervan is nu verdwenen of in slechte staat, maar het Naardense gewelf is vrijwel geheel bewaard gebleven en prachtig gerestaureerd (1965 - 1978). Dat maakt het tot een zeldzaam cultuurmonument van Europese klasse. Een bezichtiging is een onderdompeling in de middeleeuwse gedachtenwereld.

Naarden is een laat voorbeeld (1518) van een vertellende reeks schilderingen op basis van typologieën. Een typologie is een combinatie van een episode uit het Nieuwe Testament met een voorafbeelding, d.w.z. een overeenkomstige scène uit het Oude Testament. De Biblia Pauperum is een middeleeuws boek dat in 40 opvolgende typologieën het leven van Christus vertelt. De afbeeldingen in de Biblia Pauperum fungeerden als handboek voor kunstenaars. Voor Naarden is er het Passieverhaal uit geselecteerd.

Evenals de miniaturen van handschriften zijn de schilderingen van de Passiereeks omgeven door een rand van plantmotieven, waarin kleinere afbeeldingen kunnen zijn opgenomen. Meestal hebben deze laatste een relatie met de sponsors van een schildering. De reeks begint bij de toren en wordt afgesloten met het Laatste Oordeel in de koorsluiting. Het goede staat steeds aan de rechterhand van Christus. De Hemel en het Nieuwe Testament staan daarom tegen de Noordelijke dakhelft.

De schilderingen zijn direct op het eikenhout aangebracht met tempera-verven. Wie de schilders zijn is onbekend. Sommigen noemen de Amsterdamse schilder Jacob Cornelisz. van Oostsanen, van wie bekend is dat hij in andere kerken zo'n opdracht heeft uitgevoerd. Aan de stijlverschillen is duidelijk te zien dat er verschillende kunstenaars aan gewerkt hebben. De schilders hebben houtsneden als voorbeeld gebruikt, zowel van Jacob Cornelisz. als van Albrecht Dürer.

Attentie: Door op het kleine plaatje te klikken, kunt u een veel grotere afbeelding bekijken!
1. Gebed om redding uit de nood
 
A. Christus bidt in de hof van Gethsemane. Een engel houdt hem een miskelk voor,  het symbool van de verlossing. Op de voorgrond slapen de drie discipelen Petrus, Jacobus en Johannes. Deze drie vergezellen Christus bij alle belangrijke gebeurtenissen in zijn leven. De traditie heeft hen vaste trekken gegeven: Petrus: kalend, grijs haar, korte baard.  Johannes: de Evangelist is jong, blond, heeft geen baard en draagt een rode mantel. Allen zijn blootsvoets. Dat is het kenmerk van alle discipelen. Op de achtergrond leidt Judas de soldaten van de hogepriester de tuin al in. Judas, de penningmeester van de discipelen, draagt de beurs met dertig zilverlingen.
B. Mozes bidt op de berg  om de overwinning op de Amalekieten (Ex.17:8 e.v.). Mozes is herkenbaar aan de horens op zijn voorhoofd.

2. Het verraad

A. Judas verraadt zijn meester en vriend. Hij staat links van Christus en is kleiner. De scène beeldt de drie belangrijkste momenten van de arrestatie uit: de kus van Judas; Jezus geboeid door een soldaat, Petrus hakt Malchus het oor af. De hoofdfiguren dragen lange kerkelijke gewaden, de bijfiguren zestiende-eeuwse burgerkleding (Kopie naar een housnede uit de Ronde Passie van Jacob Cornelisz. van Oostsanen).

B. Op verraderlijke wijze,  met een dolksteek in de rug tijdens een omhelzing doodt Joab Abner (2 Sam.3:22 e.v.). In de onderrand wordt Maria met Kind, staande op de maansikkel, geflankeerd door Petrus en Sint Quirinus van Neuss, de patroon van het vollersgilde.

3. Geseling

A. De geseling van Christus wordt in de evangeliën haast terloops verteld. In de beeldende kunst is deze scène echter talloze malen geschilderd. De vier kleinere figuren op de voorgrond zijn de sponsors van deze schildering.

B. De geseling van de Makkabeeën (2 Makk.7). Voorafbeeldingen werden ook gevonden in de apocriefe bijbelboeken.

4. Bespotting

A. De soldaten hebben Jezus naar de binnenplaats van Pilatus paleis gebracht om hem te bespotten. Zij trekken hem een rode (NB!) mantel aan, zetten hem de  doornenkroon op, geven hem een rieten scepter. Zij knielen en honen: Gegroet, Koning der Joden.

De symbolen en afbeeldingen in de rand verwijzen naar de sponsor, het schuttersgilde van Sint Joris.

 

B. Elisa wordt door de jongetjes van Bethel bespot: 'Kaalkop, ga op!'. Elisa vervloekte hen. Twee beren kwamen uit het bos en vraten tweeënveertig kinderen op (2 Kon.2:23-24).

5. Kruisdraging

A. De traditie wil dat Christus zelf zijn kruis draagt, hoewel drie evangeliën vermelden dat het kruis gedragen wordt door Simon van Cyrene. Aan een touw aan zijn gordel sleept Christus een houten blok met 24 spijkers mee, waardoor zijn lijden nog vergroot wordt.

Sponsor van dit paneel is Karel V. In de rand staan zijn grafelijk wapen,  zijn devies 'Plus outre'.Verder jachttaferelen (legende van St-Hubertus, St-Hubertus als bisschop, St-Bavo met valk).

B. In de episode van het offer is Izaak het symbool van de gehoorzaamheid. Dit paneel is rijk aan voorafbeeldingen van de Kruisdraging: Net als Jezus droeg Izaak zelf het hout voor het brandoffer. Het paneel bevat alle opvolgende elementen van het verhaal: de knechts die bij de ezel bleven, het gesprek tussen Abraham en Izaak, de ram in de doornstruik. Het moment van het offer is een voorafbeelding van de Kruisiging (Genesis 22).

Sponsors zijn de schutters van St.-Sebastiaan, wiens martelaarschap in de rand staat.


6. Kruisiging

A. Sinds de 12de eeuw wordt steeds een gestorven Christus afgebeeld: zijn ogen gesloten, de voeten met één spijker vastgenageld, het lichaam daardoor geknikt in de heup. Dit is het realisme van de gotiek. Alleen aanwezig zijn Maria, Johannes en Maria Magdalena. Maria als het symbool van de kerk staat altijd aan de rechterhand van Christus. Een engel vangt in een miskelk water en bloed op dat uit de zijdewond vloeit. Die zijn het beeld van de Eucharistie en het Doopsel.

 

B. Mozes heeft de koperen slang opgericht om zijn volk te redden van de dood door beten van giftige slangen (Num.21:4-9). Jezus zelf verwijst naar deze tekst, wanneer hij zijn komende kruisiging aankondigt (Joh.3:14).

7. Graflegging

A. Jozef van Arimathea houdt de lijkwade van Christus aan het hoofdeinde vast, Nikodemus het voeteneind en leggen het lichaam in een simpele sarcofaag vóór het in de rotsen uitgehouwen graf.. Maria en Johannes kijken toe, evenals Maria Magdalena, die herkenbaar is aan haar attribuut de zalfpot. De twee andere personen, in rijke kleding, zijn wellicht de sponsors (naar Dürer, Kleine Passie).

 

B. Jona opgeslokt door een vis (Jona 2:1-11) is een zeer oude voorafbeelding van de Graflegging. De matrozen gooien hem naakt overboord, d.w.z. hij gaat naar de hel. De wijdopen muil met tanden van het monster zijn een normaal middeleeuws beeld voor de poort van de hel. De symbolen samen roepen Christus Nederdaling ter Helle op.

8. Opstanding

A. Dit is de kern van het christelijk geloof. Het moment van de Opstanding zelf komt in de evangeliën niet voor. Het feit dat de drie heilige vrouwen op Paasmorgen het graf leeg aantreffen is het enige bewijs. De Christus die daadwerkelijk uit het graf verrijst is een uitvinding van het middeleeuwse religieuze toneel. De beeldende kunst heeft zich dadelijk meester gemaakt van deze stoutmoedige innovatie. Als overwinnaar staat de verrezen Christus voor het gesloten graf en heft de rechterhand in een zegenend gebaar. De Romeinse soldaten slapen nog, of kijken verbijsterd toe. De heilige vrouwen zijn naar de achtergrond verdrongen.

 

B. Simson die opgesloten was in de stad Gaza, waar hij bij een hoer sliep, werd om middernacht wakker, tilde de deuren van de stadspoorten uit hun hengsels en liep ermee weg (Rich.16:1-3). Gaza met de gesloten poortdeuren symboliseert het gesloten graf.

9. Hemelvaart

A. Twaalf apostelen (d.w.z. één teveel) en Maria knielen rond de Olijfberg. Zij staren Christus na die door een wolk aan het oog onttrokken wordt. Alleen zijn voeten en een slip van zijn rode mantel zijn nog te zien (Hand.1). Op de top van de berg staan nog zijn voetafdrukken (Naar Dürer, Kleine Passie).

 

B. Aan het eind van zijn leven voer Elia ten hemel (2 Kon.2:11). Tijdens een onweer werd hij meegenomen in een vurige wagen. Op het laatst wierp hij zijn mantel naar zijn volgeling Elisa en droeg daarmee zijn geestkracht op hem over.

10. Uitstorting van de Heilige Geest

A. Op het Pinksterfeest zijn de apostelen bijeen. Boven hen zweeft de duif die de Heilige Geest symboliseert. Zij worden vervuld van de Heilige Geest, vurige tongen zetten zich als vlammen op ieders hoofd. (Hand.2). (Naar Dürer, Kleine Passie).

 

B. Op de Sinaï ontvangt Mozes de tafelen der Wet (Exodus 34). Hoewel dit in strijd is met het Tweede Gebod, heeft de schilder God in persoon afgebeeld, als een grijsaard die zich welwillend uit de wolken naar Mozes over buigt. Op de voorgrond bidt Aäron omgeven door het volk.

11.A  Hemel en 11.B Hel

A. Via een poort komen de zielen de tempelhof binnen. Zij worden ontvangen door Petrus. Op de voorgrond staat Maria Magdalena, te herkennen aan haar elegante rode gewaad en vooral aan de zalfpot in haar hand. Zij is de populaire patroonheilige van de Provence, waar ook de legende is ontstaan over haar hemelvaart.

 

B. In de Middeleeuwen werd de hel voorgesteld door een grote vurige muil, in de Renaissance door bouwsels. De folteringen zijn aangepast aan de aard der zonden: afgunstigen zijn ondergedompeld in een ijskoude rivier, vraatzuchtigen worden gedwongen oneetbaar voedsel op te eten, wellustigen worden door duivels bij de genitaliën gepakt. De ongelovigen zullen eeuwig branden.

12. Laatste oordeel

Christus zittend op de regenboog, zijn voeten steunend op de wereldbol, is het middelpunt van de koorsluiting. Zijn rode mantel laat zijn wonden onbedekt. De lelietak verbeeldt de zuiverheid, het  zwaard het oordeel. Maria en Johannes de Doper pleiten voor het behoud van de zielen der zondaars die uit hun graven verrijzen. De aartsengel St-Michael weegt de zielen (12.A). De duivel, vermomd als monster, ligt verslagen op de grond, maar probeert toch nog de schaal in zijn voordeel te doen doorslaan.