![]() |
6A. Sinds de 12de eeuw wordt
steeds een gestorven Christus
afgebeeld: zijn ogen gesloten, de
voeten met één spijker
vastgenageld, het lichaam daardoor
geknikt in de heup. Dit is het
realisme van de gotiek. Alleen
aanwezig zijn Maria, Johannes en
Maria Magdalena. Maria als het
symbool van de kerk staat altijd
aan de rechterhand van Christus.
Een engel vangt in een miskelk
water en bloed op dat uit de
zijdewond vloeit. Die zijn het
beeld van de Eucharistie en het
Doopsel.
|