 |
1A. Christus
bidt in de hof van Gethsemane. Een
engel houdt hem een miskelk voor, het
symbool van de verlossing. Op de
voorgrond slapen de drie
discipelen Petrus, Jacobus en
Johannes. Deze drie vergezellen
Christus bij alle belangrijke
gebeurtenissen in zijn leven. De
traditie heeft hen vaste trekken
gegeven: Petrus: kalend, grijs
haar, korte baard. Johannes:
de Evangelist is jong, blond,
heeft geen baard en draagt een
rode mantel. Allen zijn
blootsvoets. Dat is het kenmerk
van alle discipelen. Op de
achtergrond leidt Judas de
soldaten van de hogepriester de
tuin al in. Judas, de
penningmeester van de discipelen,
draagt de beurs met dertig
zilverlingen. |